MESTSTOFFEN           door René Terstegen

Hieronder volgt een beschrijving van een aantal verschillende soorten
meststoffen en hun werking:


STIKSTOF
- ammoniak (werkt langzaam)
- nitraat (werkt snel)
Stikstof is in de plant o.a nodig voor de bladgroenvorming en bij de celstrekking.
Het heeft daardoor een sterke invloed op de lengtegroei.
  - Kalkammonsalpeter (ks) - mag niet op blad of naalden blijven liggen.
  - Zwavelzure ammoniak (za) - Stikstof in langzaam werkende vorm aanwezig.
     Werkt sterk zuur. Voor ericaceeen.
Stikstof toedienen van het voorjaar tot eind juni.

FOSFAAT MESTSTOFFEN
Fosfaat is belangrijk voor de wortelontwikkeling, de bloemaanleg en de vruchtzetting.
  - Superfosfaat - monocalciumfosfaat. Is goed in water oplosbaar.
    Met dit produkt kan vroeg in het voorjaar bijzonder goed worden gemest.
  - Thomasslakkenmeel is een langzaam werkende fosfaat. Bij een lage ph (zuurgraad)     werkt hij beter. Het meel moet reeds in december of januari worden gestrooid.

KALI MESTSTOFFEN
Kali doet in de plant o.a. dienst als transportmiddel en verhoogt de concentratie in het celvocht. Hierdoor wordt de stevigheid van de plant vergroot. Bij een hogere concentratie in het celvocht rijpt het gewas beter af en is minder vorstgevoelig.
Kali intensiveert de kleur van bloemen en vruchten.
Kali moet worden toegediend voor de groei begint.
  - Patentkali. Te verkrijgen in poeder- en korrelvorm. In dit produkt zit ook Mg.
  - Zwavelzure kali. Deze meststof lost volledig op in water en kan zo worden gebruikt.

MAGNESIUM
Dit element is belangrijk bij de vorming van bladgroen.
Bij planten met gebrek aan Mg worden de bladeren geel.
Wanneer, ondanks de bemesting met patentkali, een Mg-gebrek wordt geconstateerd, kan het blad worden bespoten met een oplossing van 2% bitterzout.

KALKMESTSTOFFEN
Kalk in grond en plant is nodig voor de versteviging van de celwanden en voor het neutraliseren van de zouten in de plant.
  - Landbouwpoederkalk. Werkt snel op zure grond.

SAMENGESTELDE MESTSTOFFEN
  N    = stikstof
  P    = fosfor
  K    = kalium
  Mg = magnesium


Algemeen
Bemesting kan plaats hebben:
- vanaf de vroege lente voor groenblijvende bomen,
- vanaf midden-lente voor bladverliezende bomen.
Sterk groeiende bomen moeten eens per 14 dagen een zwakke dosis krijgen.
Oudere exemplaren hebben minder mest nodig.
In voorjaar en vroege zomer hebben de meeste bomen een stikstofrijke mest nodig (hoog N-gehalte), vanaf midden-zomer moet het N-gehalte lager zijn en het K- en P-gehalte hoger.